Woonwijk Hofstede, Rucphen

Bestemmingsplan Buitengebied Rucphen 2012, woonwijk Hofstede te Rucphen gewijzigd vastgesteld.

Burgemeester en wethouders van de gemeente Rucphen maken ingevolge het bepaalde in artikel 3.8 van de Wet ruimtelijke ordening (Wro) juncto afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) bekend, dat de gemeenteraad in zijn vergadering van 6 november 2018 het bestemmingsplan ‘Buitengebied Rucphen 2012, woonwijk Hofstede te Rucphen’ gewijzigd heeft vastgesteld. Tevens maken zij bekend dat voor dit bestemmingsplan geen exploitatieplan is vastgesteld, omdat het verhaal van de exploitatiekosten van de in het plan begrepen gronden anderszins verzekerd is. 

Korte inhoud 
Doel van het bestemmingsplan is het realiseren van een nieuwe woningbouwontwikkeling in het gebied gelegen tussen de Pierestraat en de Kerkstraat ten zuiden van de Kade te Rucphen.   

Terinzagelegging 
Het besluit tot vaststelling van het bestemmingsplan, alsmede het bestemmingsplan zelf en de daarop betrekking hebbende stukken, liggen met ingang van 17 januari 2019 gedurende een periode van zes weken voor eenieder ter inzage.  Dat kan op Ruimtelijkeplannen.nl en in het gemeentehuis van maandag t/m vrijdag van 08.00 - 17.00 uur en woensdag van 08.00 - 20.00 uur. Meld u hiervoor bij de receptie. Voor inzage op Ruimtelijkeplannen.nl gebruikt u planidentificatienummer NL.IMRO.0840.9000B0020-DEF1.

Crisis en herstelwet 
Op dit besluit is Afdeling 2 van hoofdstuk 1 van de Crisis- en herstelwet van toepassing. Dit betekent dat in het beroepschrift moet worden aangegeven welke beroepsgronden worden aangevoerd tegen het besluit. Na afloop van de termijn van zes weken kunnen geen nieuwe beroepsgronden meer worden aangevoerd. In het beroepschrift dient te worden vermeld dat de Crisis- en Herstelwet van toepassing is. Het gevolg van het van toepassing zijn van de Crisis- en Herstelwet is verder dat:

  • de rechter uitspraak moet doen binnen zes maanden na afloop van de beroepstermijn;
  • de rechter gebreken in het plan in stand kan houden, mits de belanghebbenden daardoor niet worden benadeeld;
  • men alleen beroep kan doen op een rechtsregel indien die bedoeld is om het eigen belang te beschermen;
  • decentrale overheden niet meer in beroep kunnen gaan tegen een besluit van een ander overheidsorgaan, tenzij het besluit tegen hen is gericht;
  • nieuw onderzoek niet noodzakelijk is als de rechter vraagt een nieuw besluit te nemen, tenzij de uitspraak specifiek op dat onderzoek betrekking heeft.

Beroep 
Gedurende de periode dat het vastgestelde bestemmingsplan ter inzage ligt, kunnen belanghebbenden tegen het besluit tot vaststelling schriftelijk beroep instellen. Dit houdt in dat beroep kan worden ingesteld door diegene die met betrekking tot het ontwerpbestemmingsplan tijdig een zienswijze bij de gemeenteraad naar voren heeft gebracht, alsmede een belanghebbende die aantoont dat hij redelijkerwijs niet in staat is geweest overeenkomstig artikel 3.8 Wro juncto afd. 3.4 Awb zijn zienswijze bij de gemeenteraad naar voren te brengen en een belanghebbende die zich niet kan verenigen met de wijzigingen die bij de vaststelling in het plan zijn aangebracht. 

Het beroepschrift kan worden ingediend bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State, Postbus 20019, 2500 EA Den Haag. Het beroepschrift moet worden ondertekend en bevat in elk geval de naam en adres van de indiener, de dagtekening, een omschrijving van het besluit waartegen het beroep is gericht, een kopie van het besluit en de gronden van het beroep (waarom in beroep wordt gegaan). Voor het indienen van een beroepschrift dient griffierecht te worden betaald. 

Voorlopige voorziening 
Het instellen van beroep heeft geen schorsende werking. De indiener van een beroepschrift kan daarom ook de voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State verzoeken, een voorlopige voorziening te treffen. De voorzitter kan dit doen als onverwijlde spoed, gelet op de betrokken belangen, dat vereist. Indien binnen de beroepstermijn een verzoek om voorlopige voorziening  bij de voorzitter is ingediend treedt het besluit niet in werking voordat op het verzoek is beslist. Een dergelijk verzoek dient te worden gestuurd naar Postbus 20019, 2500 EA Den Haag. Een verzoek om voorlopige voorziening moet dezelfde gegevens bevatten als het beroepschrift. Ook voor een verzoek om voorlopige voorziening  moet  griffierecht worden betaald. 

Inwerkingtreding 
Op grond van artikel 3.8, lid 5 van de Wro treedt het besluit tot vaststelling in werking de dag nadat de beroepstermijn afloopt. Indien gedurende de beroepsprocedure ook een verzoek om voorlopige voorziening wordt gedaan, wordt de werking van het betreffende besluit opgeschort totdat op het verzoek is beslist.

Publicatiedatum 16-1-2019
Publicatieblad Rucphense Bode
Einddatum 28-2-2019